groep 3-4
Marlous Kieviet-van Wissen van Veen, Nienke Kortenoeven, 

Groep 3

Onder dit tabblad vindt u wat we komend jaar leren op het gebied van taal, lezen, rekenen en spelling.

Veilig Leren Lezen (taal, lezen, spelling)

Veilig Leren Lezen is de methode voor taal, lezen en spelling in groep drie. De methode werkt met twaalf kernen. In de eerste zes kernen worden alle letters aangeboden m.b.v. een woord. Deze woorden hangen aan de blauwe wand in de klas. In elk woord staat een letter centraal. De letters hangen aan de letterlijn voor het raam. In de laatste zes kernen staat het begrijpend lezen en spelling meer centraal. Het verhogen van het leestempo is in alle kernen een belangrijk doel.

Kern 1:               Kern 2:               Kern 3               Kern 4:               Kern 5:               Kern 6:
ik = i                  teen = t              doos = d            huis = h             reus = eu            geit = g 
maan = m          een = ee             poes = oe           weg = w            jas = j                  uil = ui 
roos = r             neus = n             koek = k            bos = o              riem = ie             pauw = au
vis = v               buik = b              ijs = ij                tak = a               bijl = l                 duif = f
aan = aa            oog = oo            zeep = z             hut = u              hout = ou            ei = ei
pen = p                                                                                            vuur = uu
en = e


Wereld in Getallen (rekenen)
Wereld in Getallen is de methode voor rekenen. Vanaf januari krijgen de kinderen ook een weektaak voor rekenen. Op deze manier oefenen de kinderen extra met de leerstof.

Boek A:
Getalbegrip
- Verder- en terugtellen tot en met 40
- Cijfers schrijven
- Structuur van de getallen tot en met 20 (één tiental en wisselende eenheden)
- Resultatief tellen tot en met 20
- Getalbeelden tot en met 10
- Grote hoeveelheden tellen
- Splitsingen tot en met 10: verkennen en oefenen
- Getalbeelden op het rekenrek: verkennen en inoefenen

Optellen en aftrekken t/m 10
- Het vergelijken van aantallen: meer, minder of evenveel
- Erbij- en erafsituaties
- Bussommen
- Pijlsommen


Geld
- De munten van 1, 2 en 5 cent

Tijd
- Dagen van de week
- Serie gebeurtenissen in een logische volgorde plaatsen
- Klokkijken: hele uren

Meten
- De begrippen groot/klein, voor/ achter, hoog/laag, enzovoort
- Lengte: passen, vergelijken,bmeten met natuurlijke maten
- Oppervlakte: eerste verkenning
- Inhoud: eerste verkenning

Meetkunde
- De begrippen voor/achter, links/rechts, boven/beneden
- Lezen en interpreteren van een plattegrond
- Blokkenbouwsels
- Standpunt bepalen

Boek B:
Getalbegrip
- Eerste oriëntatie op de telrij tot en met 100 (tellen met sprongen van 10 en 1)
- Eerste oriëntatie op opbouw van de getallen tot en met 100
- Schrijfwijze van de getallen
- Contexten

Optellen en aftrekken t/m 20
- Optellen, aftrekken en splitsen tot en met 10
- Eerste aanzet tot automatisering
- Optellen en aftrekken tussen 10 en 20
- Eerste aanzet voor het optellen en aftrekken over het eerste tiental

Geld
- Alle munten
- De biljetten van 5 en 10 euro
- Geldbedragen leggen en aflezen; gepast betalen

Tijd
- Hele uren analoog
- Tijdbalk
- Maandkalender

Meten
- Verkenning van het begrip lengte
- Verkenning van het begrip gewicht
- Verkenning van het begrip inhoud
- Verkenning van het begrip omtrek en oppervlakte

Meetkunde
- Van vogelvluchtperspectief naar plattegrond
- Standpunt bepalen
- Routes zoeken op een plattegrond